Wetten en Regels

Via via hoorde je over de regels van de leider. Handige regels en wetjes die je na kon leven om te kunnen groeien in je rol. Men noemde het nooit regels. Het gekke was wel dat als je je er niet aan hield, de leider er wel een hele preek aan besteedde. In die preek bleef je anoniem en het onderwerp leek algemeen maar als desbetreffende wist je donders goed dat het voor jou bedoeld was, en dat je dat voortaan maar beter uit je hoofd kon laten. En meestal wisten de andere leden dat dan ook.

Sommige regels waren voor de hand liggend: geen drugs, sigaretten of alcohol. Dat zou je ontwikkeling helpen. Die waren voor huis- tuin- en keukenmensen vanzelfsprekend. Andere regels waren: geen sieraden dragen behalve je trouwring, bepaalde kledingkleuren zouden je ontwikkeling niet ondersteunen, en dingen uit het verleden konden ook weg, daar moest je niet aan vasthouden. Er waren ook meer onuitgesproken regels, wetten en voorschriften. De leider sprak bijvoorbeeld vaak op afkeurende wijze over de medicijnindustrie maar zei nooit letterlijk dat je niet naar de dokter mocht. Je voelde je wel schuldig als je naar je huisarts ging of anderszins hulp zocht in de -door de leider afgekeurde buitenwereld en je vertelde liever niet.  voelde je je als braaf lid tekortschieten. 

Men kleedde zich binnen de groep ook nog roomser dan de paus zou je kunnen zeggen: geen korte rokken, geen decolletés, geen hoge hakken, geen overmatige make-up, geen strakke broeken, geen spierballen T-shirts, liefst een bril zonder montuur, geen uitbundige tassen, geen opvallende sjaals, geen felgekleurde kleding. Wat je wel veel zag waren beige, witte en blauwgekleurde kleren, onopvallende sneakers, korte beige of bruine enkellaarsjes en voor de mannen een soort berg- sport- of wandelschoenen met veel onbeduidende spijkerbroeken en ribbroeken. Qua inrichting waren er ook een aantal do’s en don’ts: zo was het niet raadzaam om bijvoorbeeld tweedehands spullen te kopen, zulke spullen waren doordrenkt van andermans atmosfeer en hield je ontwikkeling tegen. Er waren ook regels over decoraties en new-agespullen, bijvoorbeeld new-ageboeken, tarotkaarten, engelenkaarten, edelstenen, kristallen kon je weggooien. Dit hele gebeuren werd omschreven als de Grote Schoonmaak en het was één van de eerste dingen die je deed als je regelmatig de bijeenkomsten wilde bezoeken.

Door de jaren heen siepelden er steeds meer wetten en regels binnen. Alles waar de leider iets over gezegd had, kon zomaar een 'Do' of een 'Don’t' worden. Zo had hij eens iets geroepen over metaal wat wifisignalen zou geleiden, dus schafte men massaal houten bedden met matrassen van schuimrubber aan, en kochten bh’s zonder metalen beugels. Inductiekoken was slecht, plastic ook dus nam iedereen een gasfornuis, houten vloeren en weerde zoveel mogelijk plastic in huis of kleding. Al gauw was er op het gebied van kleding en inrichting een cultuur ontstaan. Men kleedde zich neutraal en pasten zich aan tot iedereen er niet alleen hetzelfde over dacht maar er ook hetzelfde uitzag, net als alle huizen en boerderijen. Men haalde alle kunst van de muur, bijna elk schilderij was belast met een vreemde niet bij hen passende atmosfeer had hij gezegd. De muren moesten lichte kleuren hebben, liefst helder wit. Aan meubilair hadden allen niet meer in huis dan het hoogstnodige. Rousseau zou hen nog bewonderd hebben. 

Later werd het nog erger met die wetten en regels. Men gebruikte geen email meer om met elkaar te communiceren, ook geen smartphones en telefoneerde op aanraden van hem ook niet meer, het was beter om in ‘het echt’ verbinding met elkaar te maken. De leider had altijd goede argumenten. Later bleek dat er vaak een andere reden achter had gezeten. Dat telefoongebeuren was bijvoorbeeld om een belangrijk groepslid buiten te kunnen sluiten en zo meer controle uit te kunnen oefenen op de informatie die er rondging. Er kwam ook nog bij dat er zo min mogelijk wifi en internet moest gebruikt ivm straling en dat men geen navigatie mocht gebruiken in de auto, want dan konden ’Ze’ de groep traceren. Aangezien de groep te interessant was geworden voor bepaalde partijen. Welke partijen dat nou precies waren bleef onduidelijk. Ook was het niet raadzaam om teveel met je vrienden en familie buiten de groep om te gaan en je moest goed beseffen dat de buitenwereld anders was dan wij; de meer speciale mensen. Zo werd de invloed van buitenaf drastisch ingeperkt. Weer later werd het echt te gortig. Er waren nu over van alles regels. Geen vlees, alleen biologische groenten, geen Chinese thee, alleen thee uit Japan of van bepaalde biologische merken, om negen uur klaarmaken om naar bed te gaan. Op zich geen slechte dingen, kwaad kon het in ieder geval niet, maar het wemelde wel van de ongeschreven wetten en regels zo erg dat je weinig meer te vertellen had over je eigen leven. Niet alleen je geestelijke leven werd geregeerd maar nu was ook je stoffelijke leven boordevol beklemmende beperkingen.