De eerste keer dat ik de grote baas ontmoette was op een lezing die hij gaf voor een groepje geïnteresseerden in het lokale gezondheidscentrum van een provinciaal stadje. Lang voor ik de grote baas zelf zag had ik het groepje gelijkgestemden al vaak over hem horen spreken. ‘Hij is een groot visionair’, zei de een, ‘hij is als Jezus Christus’ zei de ander en ‘Hij weet alles’ zei een derde. Zo dachten ze er allen over. Een rode vlag zou ik nu zeggen.
Zelf was ik benieuwd naar hem en toen we aankwamen stonden er wat mensen op het buitenterrein. Het leken vooral gezondheidsaanbidders en wellness mensen. ik was met een medegroepslid de ruimte binnengewandeld en met een kop thee in de hand wachtten we op de spreker; de grote baas van het kleine groepje gelijkgestemden. Er viel een kleine stilte en daar kwam een bourgondisch, compact mannetje het lokaal binnen gebeend. Hij had een naar verhouding groot hoofd; smal van de voorkant maar als je van de zijkant tegen hem aankeek had hij grote, brede wangen. Kleine handen en voeten had hij ook. Zijn postuur was zeer stevig en hij had een wat bolle buik. Zijn uitstraling was levendig en dominant. Een echte alfaman en ik zag dat veel vrouwen, uit het voornamelijk uit vrouwen bestaande gezelschap, bedwelmd aan zijn lippen gingen hangen. “Oh, grote baas wat vind je van dit?” en “Wat vind je van dat?” Hij kreeg veel aandacht en genoot daar duidelijk van en men vroeg hem over van alles om raad en advies. Hier was de volgende rode vlag geweest.
Een bombastische lezing volgde. Met veel 'pas op’s' en 'want anders’ ertussen, handelend over de eindtijd met veel ‘bewijzen’ daarvoor uit stukjes film, het tijdschrift ‘the times’ en andere bronnen uit random media. Uit de mediafoto’s, afbeeldingen en filmpjes herkende hij wat de duisternis met ons van plan was en legde uit wat ons te wachten stond in de wereld en de politiek. Hij voorspelde niet veel goeds; een angstaanjagend toekomstbeeld over magere jaren, hel en verdoemenis. Met een dreiging dat als je dit pad niet liep je dan verloren zou zijn. Ook een rode vlag zeg ik nu. Zijn verhaal kwam nogal chaotisch en onsamenhangend op me over. Ook had ik terstond een hekel aan hem. Ik vond hem in het geheel niet fijn en niet aantrekkelijk. Hij ergerde me. Het medegroepslid zei dat het beest in mij hem niet had gemogen. Er was wel meer in mij wat hem niet mocht… Maar toegegeven ik vond hem ook spannend, een beetje een gevaarlijke man. Een man die elk moment naar je uit kon vallen als het hem niet beviel. Een man die je naar zich toezoog. En dat alles gebeurde ook.